Grammatica

D, t of dt?

Veel mensen komen op deze pagina terecht om er uitleg te vinden over dt-fouten. Omdat dit toch een veel voorkomend fenomeen is krijgen jullie hier heel kort de nodige regeltjes om geen (of hopelijk weinig) dt-fouten te maken. Ik raad je aan om de gehele pagina te lezen.

Een korte uitleg van wat [stam] betekent.

Als je hieronder [stam] ziet staan moet je dit vervangen door het stuk van het werkwoord dat je overhoudt wanneer je ‘-en’ weglaat op het einde van het werkwoord, en eventueel ook één van de dubbele medeklinkers, indien nodig.

Voorbeelden;
‘werken’ -> ‘werk’,
‘worden’ -> ‘word’,
‘bakken’ -> ‘bak’,
‘halen’ -> ‘haal’.

De dubbele medeklinker zoals in het voorlaatste voorbeeld moet dubbel blijven als er na [stam] nog een lettergreep komt. Iets gelijkwaardigs geldt voor lange klinkers die soms dubbel, soms enkel geschreven moeten worden, zoals in het laatste voorbeeld. Bij werkwoorden waarbij de stam op een ‘v’ of ‘z’ eindigt verandert deze in een ‘f’ of ‘s’ respectievelijk, als er niet direct een klinker na volgt. Hier maakt echter bijna niemand fouten tegen dus zullen we dit niet verder uitleggen.

1) Tegenwoordige tijd

Dit gaat dus alleen over zinnen in de tegenwoordige tijd. Als hier dus ergens ‘nooit’ staat betekent dat ‘nooit in het geval van de tegenwoordige tijd’.
Voeg nooit een d toe in de tegenwoordige tijd!!! Een werkwoordsvorm in de tegenwoordige tijd kan alleen op een ‘d’ eindigen als de stam van het werkwoord op een ‘d’ eindigt!! Hier zijn geen uitzonderingen op.

Het volgende gaat over zinnen waarbij het onderwerp (de handelende persoon) vóór het werkwoord komt. Bv. ‘ik werk’.

ik [stam]
jij [stam]+t
hij, u [stam]+t
wij [stam]+en
jullie [stam]+en
zij [stam]+en

Misschien denk je nu bij jezelf; “Waar is nou die moeilijke dt-regel?” Nergens! Of er nu een ‘d’, ‘t’, of ‘dt’ op het einde komt, volgt doodeenvoudig uit bovenstaande regels. Bij ‘ik’ kan dus nooit een ‘t’ staan als de stam niet op een ‘t’ eindigt. Er kan dus ook nooit een ‘d’ of ‘dt’ op het einde komen als de stam niet op ‘d’ eindigt. Zoals je ziet is er geen enkele regel die zegt dat je ergens ‘d’ of ‘dt’ moet bijvoegen!

2) Geïnverteerde zinnen

Deze regel geldt als het werkwoord eerst komt, bv. in vragen als ‘werk ik?’ of in zinnen als ‘dan loop ik wel even’.

[stam] ik
[stam] jij
[stam]+t hij, u
[stam]+en wij
[stam]+en jullie
[stam]+en zij

Hier is dus één verschil met het vorige geval: geen ‘t’ bij de jij-vorm. Het is dus ‘jij wordt’ en ‘word jij’. Dit is geen wetenschappelijke verhaal, het volgt gewoon uit deze regels. Niemand schrijft ‘werkt jij’, dus waarom zou je dan wel ‘wordt jij’ moeten schrijven? Dit is meteen ook een simpel hulpmiddeltje als je twijfelt: als je niet zeker bent of je ergens een ‘t’ achter moet zetten, vervang dan even het werkwoord door ‘werken’. Dan hoor je direct of er een ‘t’ bij moet.

3) Verleden tijd

Hier worden niet veel fouten bij gemaakt aangezien de werkwoordsvormen hier bijna altijd op ‘e’ of ‘en’ eindigen. Dit zorgt ervoor dat je meteen hoort of er een ‘d’ of ‘t’ geschreven moet worden. Onthoud dit, want dit zal van pas komen bij de voltooid verleden tijd.

4) Voltooid tegenwoordige tijd

Dit gaat over zinnen als ‘ik heb gewerkt’, ‘het is verbrand’. De moeilijkheid is dus of er een ‘d’ of ‘t’ op het einde van de werkwoordsvorm moet, want je hoort dit niet.
Je kunt lezen hoe het zit met die regel van “‘t kofschip” (of “‘t fokschaap” voor de liefhebbers), of je kan deze simpele tip onthouden: vervoeg het werkwoord even in de gewone verleden tijd, en vervoeg het in het meervoud (bv. met ‘wij’, ‘zij’). Zoals ik hierboven gezegd heb, hoor je dan direct of er een ‘d’ of ‘t’ moet, want dit is hetzelfde voor de verleden en voltooid verleden tijd. Voorbeeld: ‘het is verkoch…’ -> ‘wij verkochten’, je hoort een ‘t’ dus: ‘het is verkocht’. Er kan nooit ‘dt’ in een voltooid tegenwoordige tijd staan. Als je in zo’n zin iets met ‘dt’ schrijft is het altijd fout.

Voor wie de volledige uitleg of een strikte regel wil: of er een ‘d’ of ‘t’ geschreven moet worden, hangt af van de klank waarop de stam eindigt. De regel is:
Als de stam eindigt op een stemhebbende klank, moet er een ‘d’ volgen omdat die ook stemhebbend is. Als de stam eindigt op een stemloze klank moet er een ‘t’ volgen omdat die ook stemloos is.
Stemloze klanken zijn klanken waarbij je stembanden niet trillen, dus ‘k’, ‘f’, ‘s’, ‘ch’ en ‘p’. Vandaar de regel van “‘t kofschip”, wat eigenlijk gewoon een trucje is om deze klanken te onthouden. Deze ‘regel’ is dus niets anders dan een andere formulering van de regel hierboven: er moet een ‘t’ geschreven worden als de stam eindigt op ‘k’, ‘f’, ‘s’, ‘ch’ of ‘p’. In de andere gevallen is het ‘d’.

Er is één addertje onder het gras bij werkwoorden waar de stam eindigt op een ‘v’ of ‘z’, bv. ‘beleven’ of ‘frezen’. Hoewel er een ‘f’ staat in “ik heb beleefd” en een ‘s’ in “ik heb gefreesd” (dat is omdat er geen klinker achter volgt), moet er toch een ‘d’ achter en geen ‘t’. Dit is geen uitzondering. In de infinitief ‘beleven’ en ‘frezen’ staat namelijk een ‘v’, resp. ‘z’, en het is deze letter die bepaalt of er een ‘d’ of ‘t’ gebruikt moet worden.
Vervoeg gewoon het werkwoord in de verleden tijd: “het gebeurde”, je hoort een ‘d’ dus de laatste letter van “het is gebeurd” is ook een d

5) Bevelen

Voor bevelen als ‘zwijg!’ is de regel heel simpel: werkwoordsvorm = [stam]. Vroeger moest je in sommige gevallen ook een ‘t’ achter de stam voegen. Dit is al meer dan 50 jaar geleden, vergeet het dus. Een bevel eindigt enkel op een ‘t’ als de stam op een ‘t’ eindigt. M.a.w. er zit ook nooit ‘dt’ in een bevel.

6) Gij & Ge

Veel mensen schrijven teksten in de ‘gij’- of ‘ge’-vorm, ook al proberen leraren Nederlands deze vorm uit het taalgebruik te bannen, omdat ze eigenlijk te veel verouderd is. Maar omdat deze vorm dikwijls gebruikt wordt in dialect en veel mensen graag een dialecttintje geven aan hun teksten, gebruiken ze deze vorm toch, en op zich is daar niets mis mee, zolang het maar bij informele teksten blijft. Helaas weten weinig mensen hoe werkwoorden vervoegd moeten worden in dit geval. In de tegenwoordige tijd is de regel simpel: de vervoeging is zoals bij ‘u’ of ‘hij’, dus er komt altijd een ‘t’ bij de stam. Bv. ‘ge wordt’, ‘wordt ge’. Onregelmatige werkwoorden krijgen bij het ‘gij/ge’-voornaamwoord dikwijls nog onregelmatigere vormen dan u gewend bent, bv. ‘gij zijt’ en ‘gij zoudt’.

De verleden tijd is echter andere koek. Hier gelden weer enkele exotische regels. In het algemeen moet je de verleden tijd voor de ‘u’-persoon nemen en daar nog een extra ‘t’ achter plakken, dus ‘gij speldet’ (van het werkwoord ‘spellen’) Als je dit al vreemd vindt, er is meer: als het werkwoord een korte ‘a’ heeft in de enkelvoudvorm en een lange ‘a’ in de meervoudsvorm, moet je een dubbele ‘a’ schrijven en dan krijg je dingen als ‘gij aat, gij kwaamt’. Hier is ook nog eens een uitzondering op wanneer er een ‘d’ of ‘t’ op de ‘a’ volgt, bv. ‘ge badt’. De moraal van het verhaal is: vermijd deze vormen, want zelfs correct gespeld klinken ze nog vreemd.

7) Werkwoorden uit het Engels>

Veel mensen denken dat er voor Engelse werkwoorden een speciale regel geldt die toch toelaat om een ‘d’ toe te voegen. Dit is onzin, want voor deze werkwoorden gelden exact dezelfde regels als voor Nederlandse werkwoorden, dus het is “zij labelt de producten”, “hij savet het document”. De stam van zulke werkwoorden is, in bijna alle gevallen, gewoon het onveranderde Engelse werkwoord (in dit geval: ‘to label’ -> stam = ‘label’). Ook de vervoeging in de verleden tijd volgt de gewone regels, dus “zij labelde” en “zij heeft gelabeld”.
Er is in de (voltooid) verleden tijd één complicatie in het geval het Engelse werkwoord op een niet-benadrukte klinker eindigt, zoals ‘to save’. Hoewel de stam daarvan gewoon ‘save’ is, hangt de keuze van ‘d’ of ‘t’ niet af van de ‘e’ op het einde, maar van de medeklinker er juist vóór. In dit geval is dat een stemhebbende ‘v’, dus “hij savede het document / hij heeft gesaved”. Bij ‘to delete’ wordt het: “hij deletete het document/ hij heeft gedeletet”… Voor wie dit allemaal vreemd vind, is er een simpele oplossing: gebruik gewoon de Nederlandse vertaling van het woord!

Stagegesprek >