Opleidingen

MBO

Eeen heel groot gedeelte van de Nederlandse studenten doet een MBO opleiding. Tijdens deze opleiding moet je verschillende soorten stages lopen. De stage vormt dan ook een belangrijk deel van de opleiding (ca. 20 %). Dit betekent dat je alles wat je geleerd hebt in de praktijk kan brengen. Je kunt tijdens het begin deze studie een snuffelstage lopen om bekend te raken met het werkgebied maar je kan ook een meewerkstage doen om praktijkervaring op te doen. Deze stages zijn bedoeld om kennis te maken met de gang van zaken bij een bedrijf of instelling. Bovendien krijg je te maken met lastige kwesties uit de praktijk. Aan het eind van je studie krijg je meer toegespitste opdrachten of projecten. Je moet ineens gaan nadenken over een heleboel dingen. Wat vind je leuk, wat past bij mijn studie, wat leer ik waar en waar ben ik goed in? Ga bij jezelf na wat je goede en slechte punten zijn, anders sta je straks alleen maar koffie te maken op je stageplek.

Wat zijn je mogelijkheden wanneer je een stage loopt op MBO-niveau?
Het MBO heeft twee verschillende leerwegen: De Beroeps Begeleidende Leerweg (BBL) en de Beroeps Opleidende Leerweg (BOL).

De beroepsbegeleidende leerweg
Bij de beroepsbegeleidende leerweg (BBL) leer je terwijl je werkt. Je bent minstens 60 procent van je studietijd aan het werk in de praktijk. Daarnaast ga je minstens één dag in de week naar school voor theorielessen. Bij deze leerweg ondertekent ook het bestuur van het Landelijk Orgaan Beroepsonderwijs (LOB) de praktijkovereenkomst.

Bij de beroepsopleidende leerweg
Bij de beroepsopleidende leerweg (BOL) volg je volledig dagonderwijs met stages. Je bent minimaal 20 procent en maximaal 60 procent van de studietijd aan het werk in de praktijk.

Je hebt best kans dat school je een stageplek toewijst. Je kan echter ook zelf iets aandragen en vragen of school het hier mee eens is. Er zijn genoeg stage- en vacaturebanken op het internet. Als een stageplek voldoet aan alle eisen van jouw school, dan moeten ze er wel mee instemmen.

Aan je stagecoördinator kan je altijd vragen stellen. Zij kunnen je misschien beter helpen als je vertelt waar jouw ambities liggen en wellicht vinden ze dan een stage die precies goed voor je is. Vaak heeft je school ook lijsten met stagebedrijven. Deze voldoen hoe dan ook aan de eisen, omdat die al eerder gebruikt zijn.

HBO

Een groot gedeelte van de geslaagde HAVO- en VWO-ers gaan studeren in het Hoger Beroeps Onderwijs. HBO studenten moeten vaak in het 3e jaar stage gaan lopen. Het gaat hier vaak om een meeloopstage die ongeveer 5 maanden duurt. Je moet tijdens deze stage actief meewerken in een organisatie en je wordt al volledig in het werkproces betrokken. In het 4e jaar zal de HBO student nog een afstudeerstage moeten doorlopen. Dit is vaak een stage waar je een project (al dan niet in je eentje) moet doen. Het is de bedoeling dat je na afloop een verslag schrijft waar je aanbevelingen doet voor het desbetreffende bedrijf of organisatie.

Er is op de huidige markt veel vraag naar goed geschoolde medewerkers. Door de invoering van het Bindend Studie Advies (BSA) worden de leerlingen binnen 4 à 5 jaar klaargestoomd voor het werkende leven. Met een HBO Bachelordiploma is het mogelijk om een Masteropleiding in het HBO of WO te gaan volgen. Eventueel moet je een schakelprogramma volgen om de ‘gemiste’ delen in te halen die je bij het WO wel krijgt en bij HBO niet.

WO

De studenten van het WO hoeven meestal geen stage te lopen maar kunnen daar wel voor kiezen. De studenten van het WO leren veel theorieën over hoe het er in de praktijk aan toe zou moeten gaan in een ideale wereld en zouden dit kunnen aantonen door middel van een onderzoeksstage. Sinds de invoering van het BAMA systeem komt het vaker voor dat studenten een onderzoeksstage doen in hun laatste jaar.

Op de universiteiten in Nederland krijgen de studenten kwalitatief hoogwaardig onderwijs en verrichten onderzoek in alle disciplines. De studenten krijgen colleges van professoren en alles wordt op een wetenschappelijke manier benaderd. Er worden jaarlijks vele artikelen gepubliceerd die van wetenschappelijk belang zijn. De studenten komen tijdens hun studie in aanraking met nieuwe wetenschappelijke inzichten en doen zelf wetenschappelijk onderzoek.

De universiteiten vormen samen met de hogescholen het hoger onderwijs in Nederland. Nederland heeft veertien door de overheid bekostigde universiteiten.

Het BAchelor MAster systeem.

Er is een nieuw onderwijssysteem dat in 2004 is ingevoerd op het HBO en WO genaamd de BAMA. Het idee achter de BAMA-structuur is om tot internationale vergelijkbaarheid te komen, zodat de opleidingen meer op elkaar lijken, beter op elkaar aansluiten en het voor studenten makkelijker wordt om in het buitenland verder te studeren.

Vroeger konden de HBO studenten in het eerste jaar een Propedeuse halen. De Propedeuse zorgde ervoor dat de studenten konden overstappen naar een opleiding op universitair niveau. Op het WO diende de Propedeuse meer als oriëntatie en selectie. De Propedeuse blijft met dit nieuwe systeem wel gewoon bestaan en de Propedeuse blijft voor HBO studenten toegang geven tot de universiteit of tot een andere opleiding. De Propedeuse is een soort voorselectie voor de universiteit. De doorstroom mogelijkheid van HBO naar WO wordt alleen makkelijker gemaakt, omdat je na het eind van een HBO opleiding in het bezit bent van je Bachelor. De HBO bachelor is meer beroepsgericht georiënteerd terwijl de WO bachelor meer wetenschappelijk georiënteerd is.

Steeds meer studenten komen in moeilijkheden door de invoering van de BaMa structuur. Hierdoor is minder ruimte voor persoonlijke ontwikkeling. Tijd is dus schaars, en daarom zullen de meeste studenten moeten kiezen tussen het verdienen van geld door middel van een bijbaan of het ontwikkelen van persoonlijke vaardigheden door middel van stages of bestuursfuncties. De meeste studenten kiezen voor een bijbaan. De studenten die ervoor kiezen hun persoonlijke eigenschappen wel ontwikkelen, zullen het in ieder geval makkelijker hebben op de arbeidsmarkt. Dit komt omdat zij eigenschappen als organisatorisch vermogen en leiderschap hebben kunnen ontwikkelen. Veel organisaties vinden dit erg belangrijk, omdat een student heeft laten zien zich al eerder te hebben bewezen.

Soorten stages >