Tijdens je stage

Je bent nu dus aangenomen en het echte werk gaat voor jou beginnen. Je hebt best kans dat het bedrijf dat jou heeft aangenomen al een heel draaiboek voor je klaar heeft liggen met jouw toekomstige werkzaamheden. In het draaiboek staan al jouw werkzaamheden opgenomen, hoe je ze moet uitvoeren en wie je waarvoor kan benaderen. Ook staat hierin waar je sommige zaken kan vinden (bv. op de computer of in een archiefkast). In enkele gevallen staat er ook een tijd bij wanneer je iets moet uitvoeren (bv. Post voor half 6 naar bus, afval naar buiten op bepaalde dagen etc.).

Als ze geen draaiboek hebben zul je wellicht ingewerkt moeten worden. Vaak gebeurt dit door iemand van de afdeling waarop je terecht komt. Door het inwerken kan je sneller zelfstandig aan de slag. Als je zelf eerst nog het wiel moet uitvinden ben je een stuk langer bezig met zoeken naar de juiste zaken. De kans is groot dat het bedrijf een aantal dagen uit trekt om je te laten wennen aan diverse filesystemen en computerprogramma’s.

Bedrijfsmentor en stagedocent

Tijdens je stage heb je binnen bepaalde scholen te maken met de stagecoördinator, de programmamanager en de stagedocent. Binnen het stagebedrijf heb je te maken met de bedrijfsmentor.

De stagedocent is een docent die aan jou als stagiair wordt toegewezen door de programmamanager voor de individuele begeleiding tijdens de stage. Dit gebeurt door twee bedrijfsbezoeken, telefonische contact, enz. De stagedocent voert met jou en met de bedrijfsmentor een evaluatiegesprek en leest het stageverslag. Het stageverslag bespreekt hij/zij met jou. Naar aanleiding hiervan vormt de stagedocent zich een oordeel over het stageverloop en het verslag. Halverwege de stageperiode wordt door de stagedocent en de bedrijfsmentor samen een tussentijdse beoordeling gegeven.

Tijdens je stage moet je de stagedocent regelmatig op de hoogte houden van je werkzaamheden. Dit kan zowel schriftelijk (fax of e-mail) als telefonisch.
De stagedocent is jouw aanspreekpunt tijdens je stage. Bij problemen kan je je het beste eerst tot de bedrijfsmentor wenden. Als dit niets oplost, kan de bedrijfsmentor of jij contact opnemen met de stagedocent (krijg je geen contact met je stagedocent, neem dan contact op met het stagebureau).

Loop je stage in het buitenland, dan word je ook begeleid door een stagedocent. Deze stagedocent functioneert als contactpunt voor jou en voor het buitenlandse bedrijf. Om jouw vorderingen in het buitenland goed te kunnen volgen, dien je elke twee weken een kort verslag ( één A-4tje) van de lopende werkzaamheden naar de stagedocent te faxen of te e-mailen. De taal waarin het verslag moet worden geschreven wordt in overleg tussen de student en het stagebureau bepaald.

Gewoonlijk krijg je binnen het bedrijf waar je stage loopt een vaste bedrijfsmentor toegewezen.
Overigens verschilt de organisatie van een stage van bedrijf tot bedrijf en is dit afhankelijk van de ervaringen die het bedrijf al heeft met stages.

De taak van de bedrijfsmentor omvat:

  • De vaststelling van de stagewerkzaamheden en het formuleren van de stageopdracht.
  • De introductie en begeleiding van de stagiair in de organisatie.
  • Supervisie op de uitvoering van de stagewerkzaamheden.
  • Beoordelen van het verslag op de inhoudelijke juistheid en controle van de inhoud met betrekking tot eventuele geheimhouding.
  • Beoordeling van het stageverloop.

Beoordelingsgesprekken

Een beoordelingsgesprek heb je met je bedrijfsmentor en is meestal redelijk formeel.
Bij dit beoordelingsgesprek wordt er gekeken naar hoe jij hebt gefunctioneerd in de afgelopen tijd. Het is een moment waarop zowel jij als jouw bedrijfsmentor vragen stelt. Wat had er beter kunnen gaan, hoe vind je de bezigheden van het bedrijf, waren de werkzaamheden zoals je had gedacht, of was het waar je op had gehoopt? Ook worden er eventuele verbeterpunten of oplossingen aangedragen. Misschien had je bepaalde zaken anders aan moeten pakken.

Tussentijdse beoordeling

De stageperiodes op de meeste hogescholen duren 20 weken. Je loopt dan in die periode 5 dagen per week stage. De stage wordt beoordeeld in drie delen, de eerste, de tweede en de eindbeoordeling.

Meestal heeft je school een aantal formulieren aan de hand waarvan je deze beoordeling kan geven. Halverwege de stageperiode is er een tussentijdse beoordeling door de bedrijfsmentor en de stagedocent gezamenlijk aan de hand van het “Tussentijds stagebeoordelingsformulier”.
Indien deze tussentijdse beoordeling voldoende is, levert je dat 12 ects op. Indien je hierbij onvoldoende scoort, kan je bij verbetering van het stageverloop deze studiepunten alsnog verkrijgen bij de eindbeoordeling (fase 2). Op deze manier krijg je een goed idee van hoe jij, het bedrijf en de stage er voor staan.

Deze tussentijdse beoordeling lijkt een beetje op een functioneringsgesprek zoals je die later bij een echte baan zal krijgen. Het is zowel voor jou als voor je bedrijfsmentor goed, omdat jij weet wat je verbeterpunten zijn en de bedrijfsmentor weet wat er bij jou speelt en of alles nog goed gaat.

Het contract >